Zoeken

S.O.S voor het buitengewoon onderwijs

Bijgewerkt op: 30 jun 2020

Naar school kunnen gaan, is niet voor elk kind evident. Senzo vzw, een organisatie voor kinderen met een beperking en hun ouders, stelt het schrijnend capaciteitsprobleem in het buitengewoon onderwijs in Antwerpen aan de kaak.

Geen plekje in september


Ondanks het belang van inclusief onderwijs, blijft voor sommige kinderen buitengewoon onderwijs een absolute noodzaak. Heel wat kinderen met bijvoorbeeld ernstige vormen van autisme of het syndroom van Down vragen buitengewone zorgen. Zij kunnen zich geen leven voorstellen zonder dat buitengewoon onderwijs.

‘Nu wordt pijnlijk duidelijk hoe groot het capaciteitsprobleem in Antwerpen is.’

De plaatsen in dat buitengewoon onderwijs zijn schaars. Ouders wachtten met ingehouden adem op een verlossende boodschap over de inschrijving van hun kind.

In Antwerpen was de teleurstelling groot toen bleek dat bijna de helft van de ingeschreven kinderen geen plekje krijgt in september. De telefoontjes van ouders in paniek stroomden bij ons toe: ze voelen zich machteloos en zien hun toekomst geblokkeerd. Ze getuigden hierover in de media.


Geen verrassing


Maar liefst 322 kinderen werden geweigerd in het Antwerpse buitengewoon onderwijs.

Komen deze cijfers als een verrassing? Neen. Tot dit jaar moesten ouders een aantal dagen kamperen aan de schoolpoorten en werden cijfers niet bekend gemaakt. Nu werd voor het eerst met een digitaal aanmeldingssysteem gewerkt en wordt pijnlijk duidelijk hoe groot het capaciteitsprobleem is.

Helemaal hallucinant is het voor kinderen met een verstandelijke beperking (in het buitengewoon onderwijs aangeduid als ‘type 2’). In Antwerpen heeft maar liefst 88 procent geen school voor het volgend schooljaar. Ja, je leest het goed. Toch hebben deze kinderen een doorgedreven multidisciplinaire aanpak nodig.


Zoek het zelf maar uit


Sommige leerlingen kunnen dankzij de goodwill van directies nog een extra jaar overbruggen op hun huidige school. Maar voor kinderen die aangepaste zorg en begeleiding nodig hebben, is zo’n noodoplossing vaak geen antwoord.

En wat met kinderen die niet op hun huidige school kunnen blijven, bijvoorbeeld omdat ze de overgang moeten maken naar het secundair onderwijs? Want ook daar is er onvoldoende capaciteit.

Waar komen al deze leerplichtige kinderen volgend schooljaar terecht? Aan kinderen vertellen dat er voor hen geen plek is op school, hoe doe je dat eigenlijk? Alle kinderen gaan toch naar school? Ze voelen zich uitgesloten. Dat is nefast voor hun welbevinden.