Zoeken

Moslimouders met een gehandicapt kind

Ondersteuning houdt rekening met cultuur en geloof


Ouders van kinderen met een beperking hebben vragen en noden. Wat als deze ouders een migratieachtergrond hebben? Kijken moslimouders vanuit hun geloofsovertuiging anders naar hun kinderen? We vroegen het aan Karima El Boujaddayni, een jonge pedagoge die ‘Sensitieve zorg’ (Senzo) opstartte om hierrond te werken.



Foto Karima El Boujaddayni © ID / Katrijn Van Giel


Hoe is Senzo ontstaan?

Hulpverleners botsen op taal- en cultuurdrempels wanneer ze werken met gezinnen met een migratieachtergrond. Ze hebben vaak het gevoel dat ze niet over de juiste competenties beschikken om deze drempels te overwinnen. Ze vragen zich af welke factoren in het begeleidingsproces nu wel of niet met cultuur te maken hebben. Op dat vlak zijn sociale professionals vragende partij voor meer ondersteuning en professionalisering. Aan de andere kant staan de gezinnen. Ook daar leven noden. Er was voor moslimgezinnen in Vlaanderen geen belangenvereniging met een structureel aanbod vanuit een cultuursensitief kader. De voorbije jaren waren er wel enkele vrijwilligersinitiatieven, maar deze misten een duurzaam karakter. Het idee om zo’n initiatief op te starten dat een cultuursensitief aanbod voor personen met een beperking en hun families combineert met een aanbod voor sociale professionals, borrelde al enkele jaren in mijn hoofd.

“Hulpverleners botsen op taal- en cultuurdrempels.”

Wat trok je over de schreef?

Nadat ik in 2012 afstudeerde als pedagoge, gaf ik workshops over dit thema. Ik ging als vrijwilliger aan de slag in verschillende organisaties voor mensen met een beperking en hun familieleden. Ik richtte me daar voornamelijk op ouders met een migratieachtergrond, veelal moslimouders. Eind 2016 gaf ik voor sociale professionals een vorming over autisme en islam. Daar sprak een moslimmoeder van een kind met autisme me aan. Ze dacht dat de vorming voor ouders bedoeld was. Ik vertelde haar dat de vorming wellicht niet aan haar verwachtingen zou voldoen. Maar ik nodigde haar uit om te luisteren naar mijn lezing. Ze barstte in tranen uit. Die radeloze moeder kon nergens terecht met haar vragen. Ik besliste om mijn borrelend idee te realiseren.

Deze moeder kan toch terecht bij de talrijke eerstelijnsdiensten?

Je kan denken dat een initiatief als Senzo overbodig is en dat deze gezinnen beter meteen toegeleid worden naar bestaande reguliere voorzieningen, zoals CAW’s, OCMW’s of opvoedingswinkels. Maar zo eenvoudig is dat niet. We weten dat deze gezinnen niet snel naar reguliere instanties stappen met hun opvoedingsvragen. Ze kloppen vooral aan die deur met administratieve of financiële vragen, minder voor advies of lotgenotencontact. Dit heeft te maken met onbekendheid en het wantrouwen ten aanzien van deze diensten. Vele ouders hebben geen ervaringen met reguliere instanties en dus ook geen positieve ervaringen. Verder spelen ook praktische zaken een rol. Infosessies worden vaak gepland op avonduren, in regio’s die een verre verplaatsing vragen. En er zijn financiële drempels. Soms worden hoge inkombedragen gehanteerd of is betalend lidmaatschap een voorwaarde. Om vooruit te kunnen, hebben de gezinnen die wij voor ogen hebben een cultuursensitief aanbod op maat nodig, liefst lokaal georganiseerd. En rekening houdend met de cijfers van gekleurde armoede, mag er geen financiële drempel zijn.

“Die radeloze moeder kon nergens terecht met haar vragen.”

Botste je zelf op drempels bij het oprichten van deze organisatie?

Een zelforganisatie leek me het meest geschikt om aan al deze noden tegemoet te komen. Eind 2016 had ik een mooi plan klaarliggen. Maar theorie omzetten in praktijk verliep moeilijker dan verwacht. Ik vond onvoldoende mensen om mee hun schouders onder het project te zetten. Vlak voor de zomer van 2017 kruisten dan toch de juiste mensen mijn pad en kwam alles in een stroomversnelling. Er staat nu een fantastisch team achter Senzo. Toch blijft het een uitdaging. We zijn vrijwilligers die naast dit project een gezin en een job hebben. Dat vraagt een intens engagement. Als zelforganisatie moeten we naar middelen zoeken, denken in termen van duurzaamheid, het vertrouwen van gezinnen niet schaden, het administratieve en organisatorische luik bolwerken. Eigenlijk run je in je vrije tijd een zaak, maar dan met beperkte middelen en zonder winstbejag. Daar lig ik soms van wakker. Ik zie veel groeimogelijkheden voor Senzo, maar wie gaat dat allemaal blijven managen? Soms lachen we er mee: Senzo is een gat is in de markt. Mocht het een commercieel initiatief zijn, dan zouden we schatrijk worden.